Trillingen

Het voornemen kan leiden tot hinder als gevolg van trillingen door het zwaar verkeer. 

In Nederland bestaat geen specifiek juridisch kader voor trillingen zoals geldt voor geluid met de Wet Geluidhinder. Het juridisch kader wordt door wetgeving bepaald welke niet specifiek voor trillingen is bestemd. Het kader wordt door het onderstaande bepaald: In het ruimtelijk spoor is het kader de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Dientengevolge dienen voor het aspect trillingen, bestemmingen en ruimtelijk zorgvuldig te worden gescheiden.

Voor het aspect hinder als gevolg van trillingen door (zwaar) verkeer over wegen wordt in het algemeen beperkt onderzoek verricht. Alleen in speciale gevallen waarbij er een grotere kans op hinder is te verwachten wordt meer onderzoek gedaan voor reconstructies of aanleg van wegen.

Deze specifieke gevallen zijn bijvoorbeeld:  

  • De realisatie van verkeersdrempels of verkeersplateaus in het wegontwerp waarover zwaar verkeer rijdt.

  • De aanwezigheid van speciale trilling gevoelige bestemmingen langs het tracé zoals laboratoria of ziekenhuizen.

  • Zwaar verkeer zoals bussen op zeer korte afstanden in een binnenstedelijke omgeving met extra trilling gevoelige (monumentale) panden langs het tracé. 

In het kader van het m.e.r. wordt onderzocht in hoeverre er sprake is van bovenstaande voorwaarden. Indien uit het onderzoek blijkt dat deze voorwaarden afwezig zijn, kan het aspect trillingen met een beperkte kwalitatieve beschouwing voor de gebruiksfase worden volstaan. Indien deze voorwaarden aanwezig zijn, wordt het aspect kwantitatief onderzocht. Indien er sprake is van het afwegen van verschillende varianten kunnen de trilling gevoelige objecten binnen de invloedsafstand van de weg worden bepaald als maat voor de effectbeoordeling.